HET PAK

We gingen naar Rotterdam, mijn vriendin en ik. We hadden als doel: de Armani-shop. Ooit is ergens bepaald dat Armani mijn merk is voor jeans. Ik heb me daar lang tegen verzet. Ik had JOOP en daarna Pierre Cardin en werkelijk om maar één reden: die spijkerbroeken hadden een rits in de gulp. Bij mij gaat gemak boven trendyness. Maar ja, het moest dus Armani worden en die kwamen slechts met metalen, weerbarstige knopen. Ik kreeg zelfs les van de verkoper: van onder naar boven werken, ik zou er snel genoeg aan gewend raken. En hij had gelijk. Maar wat troffen wij daar bij de nieuwe collectie aan: Armani’s met rits.

Hoewel het een druilerige zaterdagmiddag was liepen mijn vriendin en ik bepaald opgewekt door de stad aan de Maas. Dat kwam door het winkelpersoneel, het was zonder uitzondering attent en vriendelijk. Ik ben een sucker voor service. En of we nu een kopje koffie dronken of even wat bij de Douglas aanschaften, de mensen waren aardig. Dus toen mijn vriendin bij de Armani-shop vroeg of zij wisten waar die winkel was waar Wilfried de Jong zijn overhemden kocht en zij het nog wisten en vertelden ook, ging ik (hoewel ik mij doorgaans tamelijk strikt aan mijn plannen pleeg te houden) braaf mee. Het zegt wel weer wat over de vrouwelijke natuur dat mijn vriendin zich herinnerde dat Wilfried de Jong (best geklede man van 2003 volgens Esquire) ooit ergens had gemeld waar hij zijn overhemden kocht en dat ‘Lava’, de naam van de zaak, ook nog een lichtje bij haar deed branden. Welnu, een fraai overhemd, strak getailleerd, was snel gevonden. Mijn vriendin ging al met haar vingers langs de jasjes. ‘Ik wil geen pak!’ riep ik waarschuwend. ‘We verkopen alle jasjes ook los’, zei de uiterst beminnelijke verkoopster. Goed, laten we het volgende half uur overslaan: ik schafte mij niet alleen een donkerbruin pak, maar ook nog een zwarte broek met smalle pijpen aan. En dat deed ik niet omdat ik mezelf nou zo verbeterd vond in de spiegel, maar omdat ik het effect van mijn scherpe outfit weerspiegeld zag in de ogen van mijn vriendin.

Waarom, zo vroeg ik mij aansluitend af, hengelen mannen toch doorgaans minder naar bewondering voor hun buitenkant dan vrouwen? Ik vrees toch werkelijk dat wij het slachtoffer zijn van een cultuur waarin vaststaat dat mannen nou eenmaal niet zo geslaagd zijn als schepselen Gods. Er moest niet voor niets nog een verbeterde versie van de mens na Adam komen. Wij mannen verlustigen ons aan het vrouwelijk lichaam zoals tentoongesteld in bladen als de Playboy, het tegenpolige Playgirl leidt een zieltogend bestaan en weet eerder homo’s dan vrouwen te bekoren. Poor we. Wij kleden ons derhalve zelden bijzonder en opvallend – al draagt een aap een gouden ring... Bijkomstig en prettig gevolg is dat wij niet voor iedere glamoureuze gelegenheid in de stress schieten. Ik had al een smoking, ik heb nu een pak, ik kan jaren voort. Mijn vriendin raakt echter in een toenemende staat van paniek naarmate een feestelijk evenement dichterbij komt. En terecht, want mijn oog valt ook wel eens op een dame die een tenue draagt waarin zij zich eerder heeft vertoond, en dat kun je misschien wel stoer of dapper of zelfverzekerd noemen, maar ik vind het dan voornamelijk nonchalant en armzalig.

Maar vind ik al voldoende bevrediging voor mijn modieusheid in de ogen van mijn vriendin, ik betwijfel of mijn blik haar genoeg is. Ik verzoek derhalve alle paparazzo-achtige fotografen op de gala’s, party’s, premières en boekpresentaties uit te kijken naar mijn vriendin. Ze staat (als het goed is) aan mijn zijde, die lange man in dat bruine pak. Dat hij aanschafte omdat hij de waardering van vrouwen niet kon weerstaan.